Dutchkids homepage

 

Slavernij

Tijdens de 16de en 17de eeuw gingen Europese koopvaarders op verschillende plekken ter wereld aan land op zoek naar handelswaar om in hun eigen land te verkopen. In West-Afrika troffen zij een uitgebreid handelsnetwerk aan.

Tussen Noord-Afrika en West-Afrika werd al eeuwenlang gehandeld in zout, koper, paarden, goud, ivoor, kolanoten, dierenhuiden, graan en slaven.

In Afrika kon men als straf voor een misdaad tijdelijk verplicht worden om als slaaf te werken in huis of op het land. Ook werden krijgsgevangenen als slaven verkocht. Slavernij was een geaccepteerd onderdeel van de samenleving. Slaven mochten trouwen en hadden recht op eigen bezit.

Ondertussen hadden de Europeanen op andere delen van de wereld nieuwe kolonieŽn gesticht, onder andere in Midden- en Noord-Amerika. In deze kolonieŽn werden plantages opgericht om onder andere suiker en katoen te verbouwen. Hier waren veel mensen voor nodig.

Eerst werden bij de plunderingen langs de Afrikaanse kust slaven ontvoerd. De Afrikaanse stamhoofden en koningen wilden hier een einde aan maken. Zij wilden graag handelen met de Europeanen. De Europeanen brachten geweren, alcohol en metaal mee die zij wilden ruilen voor slaven.

Door nieuwe 'misdaden' te bedenken die bestraft konden worden met slavernij zorgden sommige Afrikaanse leiders voor slaven om te verhandelen. Ook werden er slaven ontvoerd uit de binnenlanden.

De verkochte slaven gingen op schepen mee naar Midden- en Noord-Amerika. Deze tocht duurde toen ongeveer 7 weken. De slaven werden heel dik opeen gepakt op de schepen want de handelaars wilden zoveel mogelijk mensen tegelijk meenemen. Zij lagen dicht op elkaar in het benedenruim. Er braken ziektes uit aan boord en de slaven moesten hun behoefte gewoon doen waar zij lagen. Door de slechte omstandigheden stierf gemiddeld 20 % van de slaven onderweg.

Degenen die de overtocht overleefden waren erg zwak bij aankomst op de plantages of boerderijen. Zij kregen eerst lichte klusjes om te wennen. Daarna werd het werk vaak zwaarder.

Slaven mochten de plantages niet verlaten zonder toestemming van de eigenaars. Ook moesten zij vragen of zij mochten trouwen. Zij werden verder niet betaald, mochten geen eigen bezittingen hebben en niet tegen blanke mensen getuigen.

In hun vrije tijd probeerden veel slaven om een soort gezinsleven op te bouwen. Ook hadden ze soms een tuintje om eten te verbouwen.

Veel Surinamers en Antillianen die nu in Nederland wonen zijn de achter, achterkleinkinderen van deze slaven. Er is een lange tijd niet veel over de slavernij gepraat. Sommige mensen zijn nog boos over wat er toen gebeurd is. Anderen vinden dat we het in ieder geval niet mogen vergeten.

In 2002 is er een monument opgericht door het Landelijk Platform Slavernijverleden. Op 1 juli 2003, 140 jaar na de afschaffing van de slavernij is het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis opgericht. Met allerlei activiteiten willen zij ervoor zorgen dat wij het niet vergeten.

Ga terug via 'vorige' op de browser

 
See this page in Englishmeer weten??   lerarenkamer