Dutchkids homepage

 

Meer weten over ... het hindoeïsme

Het hindoeïsme is één van de oudste religies op de wereld. Het is meer dan 4000 jaar geleden ontstaan in het Indus-dal in het huidige India. De naam hindoeïsme is in de 19de eeuw bedacht door westerse wetenschappers. Hindoes zelf noemen hun geloof Sanatana Dharma. Dat betekent ‘eeuwige wet’ of ‘eeuwige leer’.

Tweederde van alle hindoes woont in India en daaraan grenzende landen als Pakistan, Nepal en Bangladesh. Maar ook in Australië, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Suriname en Nederland wonen veel hindoes.

Er zijn verschillende manieren om hindoe te zijn, er zijn niet echt vaste regels. Wel delen veel hindoes het geloof in reïncarnatie met elkaar. Zij geloven dat als je bent overleden je ziel opnieuw geboren wordt in een ander lichaam, dit heet samsara. De daden van mensen en de gevolgen wordt karma genoemd. Als je een goed karma hebt wordt je herboren in een hogere levensvorm en kan je uiteindelijk tot verlossing, moksha, komen. Dan gaat je ziel op in de geest van de oppermachtige god Brahman.

Brahman is overal en altijd in alles aanwezig. De duizenden goden en godinnen van het hindoeïsme vormen allemaal verschillende kenmerken van Brahman. De drie belangrijkste zijn: Brahma, de schepper, Vishnu, de beschermer, en Shiva, de verwoester. Deze goden zijn in verschillende verschijningsvormen op aarde geweest en zijn een mengeling van goed en kwaad. Zo wordt de godin Parvati aanbeden als de vriendelijke moedergodin maar ook als de slechte godin Kali.

De verschillende goden hebben allemaal verschillende karakters en eigenschappen. Hindoes kunnen één god, meerdere goden of geen enkele god aanbidden. Ook kunnen ze op een bepaald moment in hun leven één god heel belangrijk vinden.

Zo bidden veel hindoes die aan iets nieuws beginnen tot Ganesh, de god met het olifantenhoofd. Hij is de beschermheilige van reizigers en neemt hindernissen weg. Een andere populaire god is Krishna. Hij wordt vaak afgebeeld met een blauwe huid en hij kan wonderen verrichten.

De hindoes hebben niet één heilig boek. Er zijn verschillende geschriften. Er zijn de Veda’s en de Upanishaden en twee lange gedichten: de Mahabharata en de Ramayana. Hierin staan spannende verhalen over bijvoorbeeld een oorlog tussen twee koninklijke families en de god Rama die zijn vrouw Sita uit de handen van de boze geest Ravana moest redden.

Het hindoeïsme heeft verschillende feesten. De belangrijkste zijn Diwali, Holi en Dussehra. Diwali ofwel het lichtfeest wordt eind oktober of begin november gevierd. Er worden heel veel kleine olielampjes aangestoken en die worden langs deuren en ramen gezet.

Holi is het begin van de lente, het is de kleurrijkste dag van het jaar. De avond voor het feest worden er vreugdevuren aangestoken en er wordt een pop die de gemene heks Holika voorstelt verbrand. De volgende dag is het groot feest en gooien mensen gekleurd water en poeder over elkaar heen.

In september wordt Dussehra gevierd. In sommige plaatsen wordt dan het toneelstuk over de overwinning van Rama op Ravana uitgevoerd.

Veel hindoes hebben thuis een altaar waar zij de goden kunnen eren. Zij bidden en geven offers. Zo’n altaar is vaak aan één god gewijd. Daarnaast gaan hindoes naar de tempel of mandir voor een gebed of puja.

Binnen het hindoeïsme wordt een koe gezien als een heilig dier. Hindoes eten daarom geen rundvlees. Ook zijn veel hindoes vegetarisch en eten zij helemaal geen vlees of vis.

Het hindoeïsme kent veel speciale ceremonies voor belangrijke momenten in het leven van een hindoe, zoals de geboorte, volwassen worden, trouwen en sterven. Traditioneel heeft de familie grote invloed op de keuze van een huwelijkspartner. Tegenwoordig verschilt het per plaats, familie of persoon hoe hiermee omgegaan wordt.

Ga terug via 'vorige' op de browser

 
See this page in Englishmeer weten??   lerarenkamer